Knotten


Hakhout, Knotwilgen en andere knotbomen

          

Het grote nadeel van bomen en struiken in een tuin kan zijn dat ze op termijn te groot worden. Het grote voordeel van inheemse bomen en struiken in de tuin is dat je ze (enkele uitzonderingen daar gelaten) flink kan inkorten als je er op tijd aan begint (pazzop: fruitbomen mag je sowieso niet 'knotten', en volledig uitgegroeide bomen overleven een drastische knotting (in praktijk vaak: de top er af) dikwijls ook niet.

Wat?

De grens tussen hakhout en knotbomen is niet scherp te trekken. Strikt genomen wordt hakhout op grondniveau afgezet, terwijl er bij knotbomen een echte stam blijft staan, en er pas bovenaan de stam gekapt wordt. De lengte van de stam bij die knotbomen is zeer variabel, al werd er meestal op een hoogte geknot die net buiten het bereik van het vee viel. Vaak komen de twee ook in combinatie voor, bijvoorbeeld een houtkant met daartussen enkele knotbomen. Knotbomen zijn lang niet altijd knotwilgen. Zo goed als alle inheemse boomsoorten (met uitzondering van de Beuk en in mindere mate Berk, Vuilboom en Zoete kers) lenen zich wel tot hakhoutbeheer. Knotbomen en hun uitgegroeide soortgenoten zijn ook één en dezelfde soort. Een Gewone es en een knotes zijn genetisch identiek. Het is enkel door menselijk ingrijpen dat er een ander uitzicht verkregen wordt. Door de manier van hakhoutbeheer zijn er verschillende types te onderscheiden, al is ook hier de grens vaag. In het ene uiterste vindt je de geschoren haag, aan de andere kant hoge knotbomen. Staan de knotbomen op ongeveer 1 m van elkaar, dan spreken we over een kaphaag. Als je dit met Haagbeuk of Gewone es doet, zit je meteen ook cultuurhistorisch juist, want kaphagen van Haagbeuk en Es werden vroeger aangeplant de buurt van het erf en dienden als loofvoeder en geriefhout.

Ruwweg kan je drie groepen onderscheiden:

  • zeer geschikt voor hakhout: Gewone es, Wilg, Tamme kastanje, Haagbeuk en Elzensoorten
  • goed voor hakhout: Veldesdoorn, Zomereik, Populier en Gewone esdoorn
  • niet geschikt: Beuk, Berk, Zoete kers, naaldhout.

Waarom?

Hakhout en knotbomen hadden vroeger een economisch belang (brand- en geriefhout, loofvoedering, vlechtwerk, wind- en zonnescherm voor vee, ontwateren van natte gronden, erosie tegengaan op bermen, ...) Na de tweede wereldoorlog is dit economisch belang zo goed als verdwenen, met als resultaat verwaarlozing en rooien van heel wat houtkanten en knotbomen. Gelukkig worden ze nu, zowel vanuit natuur als landbouwhoek geherwaardeerd en hier en daar (her-)aangeplant. Ook nu hebben ze nog nut: brandhout, geriefhout, zonne- en windscherm en erosiebestrijding, en vooral heel veel ecologisch belang. Omdat knotbomen en hakhout vroeger een economisch belang hadden werden ze veel nauwer opgevolgd: zieke en holle bomen gingen er al gauw uit. Nu is dat het geval niet meer en blijven holle bomen nog een hele tijd staan. Knotbomenrijen van tegenwoordig hebben dus een hoger natuurpotentieel dan die van pakweg 100 jaar geleden. Landschappelijk en cultuurhistorisch horen hakhout en knotbomen thuis in de Vlaamse Ardennen, dus ook op dat vlak is het behoud ervan belangrijk.  Hakhout levert niet alleen veel brandhout op, maar ook heel wat kruinhout. Beter dan verbranden of verhakselen is dit kroonhout in een verloren hoek opeen te gooien, of er een takkenwal (of takkenril) mee te maken. Dit biedt voedsel en nestgelegenheid aan vogels, insecten en kleine zoogdieren.

Hoe?

Eenmaal je begint te hakken of knotten moet je het blijven doen, anders worden de takken te zwaar voor de stam/wortels en scheurt het geheel uiteindelijk open, vooral dan bij knotbomen. De omlooptijd (de tijd tussen twee knot- of hakbeurten) is soortafhankelijk: trage groeiers om de 7 à 8 jaar, snelle groeiers als Gewone es en Wilg mag je om de 5 jaar afzetten. Een kortere omlooptijd is af te raden omdat je dan de plant gaat uitputten. Langer wachten levert scheurgevaar op, en bovendien zijn zwaardere takken moeilijker af te zetten. En geloof me, vooral als er elektriciteitsdraden in de buurt hangen valt dat zwaar tegen.

Knotten en hakken kan als de bomen in rust zijn (geen bladeren meer) en als het niet (hard) vriest. Meestal dus ergens tussen begin november en tot 15 maart. Maar sommige boomsoorten zijn gevoelig voor 'bloeden', een esdoorn bijvoorbeeld knot je best vóór januari. En ook wilde kerselaars zijn zeer gevoelig. Best knotten voor nieuwjaar dus.

Zaag niet de volledige tak af maar laat een stomp zitten (lengte stomp ongeveer even groot als de diameter van de afgezaagde tak). Zaag ook niet volledig horizontaal maar enigzins schuin zodat regenwater kan afvloeien. Bij het zagen moet je ook voorkomen dat de schors te ver afscheurt op het moment dat de tak valt. Daarom kan je best 'inzagen': eerst een inkeping zagen doorheen de schors aan de onderzijde en zijkant van de tak. Daarna kan je de tak gewoon afzagen. Zelf maak ik er ook een gewoonte van om elke tak eerst  zo'n 40cm 'te hoog' af te zagen, kwestie van zeker geen inscheuring te hebben. Eenmaal het zware bovendeel van de tak op de grond ligt zaag ik dan de resterende 40 cm (toevallig de breedte van mijn houtstoof :-)  ) af, zodat een stomp met een goede lengte overblijft.

Als je van plan bent om een hakhoutbosje aan te planten dan hou je best rekening met de groeisnelheid van de bomen: zet snelgroeiende en traaggroeiende niet kriskras door elkaar. Dat werkt niet alleen moeilijk (je moet zorgen dat je de traaggroeiende niet beschadigd terwijl je de snelgroeiende hakt), de overblijvende stronken zullen bovendien in de schaduw van de traaggroeiers moeten uitlopen, wat hun groei niet ten goede komt. Beter in groepjes werken dus, en telkens zo'n groep als geheel knotten/kappen als de tijd rijp is. Na het aanplanten laat je de boompjes twee (snelgroeiende soorten) tot drie (traaggroeiende soorten) jaar met rust. Daarna ga je ze op ongeveer 25 cm boven de grond afzetten. Vanuit die lage stam kunnen dan telkens, bij latere hakbeurten, slapende knoppen uitlopen.

Maar misschien wil je eerder knotbomen in plaats van een hakhoutbosje (meer over het aanplanten van knotwilgen). In dat geval moet je al van in het eerste groeiseizoen ingrijpen en de uitlopers langsheen de stam verwijderen. Laat enkel de uitlopers op de kruin staan.

In de eerste daaropvolgende winter kan je de kroon uitduinnen door te dicht opeenstaande of zwakke takjes te verwijderen.

Pas in de derde of vierde winter ga je de wilg voor het eerst knotten en verwijder je alle takken van de kroon. Vanaf nu kan u om de vijf à zes jaar de wilg knotten. Eventueel kan je telkens na een tweetal jaar groei de kroon uitdunnen om mooi uitgegroeide takken te bevoordelen.


bron: http://eigenwijzetuin.be/