De Klaver

Waar klavertjes al niet goed voor zijn

 

 

Klaver (Trifolium), wie kent dit plantje niet? Het groeit van april/mei tot in de herfst langs wegen, paden en dijken.

Er zijn heel veel soorten, waarvan de rode en witte klaver wel het meest bekend zijn. De rode klaver (Trifolium pratense) is een vaste plant, die 15-50 cm hoog kan worden. De witte klaver (Trifolium repens) is een vaste plant die voorkomt in graslanden, op gazons en in wegbermen. De soortaanduiding ‘repens’ is Latijn voor ‘kruipend’, een verwijzing naar de kruipende stengels. De soort combineert goed met overjarige grassoorten. Hij wordt toegepast voor begrazing, om te hooien, en als bodembedekker in de tuinbouw. 

Klaver werd al in de zeventiende eeuw geteeld als veevoer. Het plantje bevat veel eiwit, fosfor en calcium. De verhalen over dit ‘heel gewone’ plantje gaan zelfs terug tot in de Middeleeuwen.

 

 

Tijdens de Franse revolutie (1789–1799) verloor markiezin de Marboef haar hoofd onder de guillotine nadat de boeren haar hadden beschuldigd van het aanleggen van klaverweiden. Daarmee zou ze grond aan de graanteelt voor ‘het volk’ hebben onttrokken. De boeren eisten haar hoofd. Extra tragisch was dat de markiezin de tarwebouw op haar landgoed door die veldjes juist had willen verbeteren. Hoe kon dit gebeuren?

Om het uitputten van de grond tegen te gaan, werd al in de Middeleeuwen het drieslagstelsel toegepast. Dat betekende het eerste jaar broodgraan verbouwen, het tweede jaar voedergraan en het derde jaar niets. Dan diende de grond als weidegrond. De opbrengst bleef echter laag. De teelt van Rode klaver bracht hierin verandering en verrijkte de bodem aanzienlijk. Ook werd hierdoor het braak liggen van de grond overbodig. En dat was nu precies wat de boeren zo boos maakte. Tot in de negentiende eeuw verzetten de zij zich echter tegen de invoer van de klaverteelt. Markiezin de Marboef was hiervan de dupe.

In Nederland zie je, in tegenstelling tot in Oost-Europa, rode klaver eigenlijk alleen nog maar in wegbermen en op een enkel perceel van een biologisch-dynamische of ecologische boer. Soms wordt het geteeld als stoppelgewas. Dat houdt in, dat het in maart en april onder het graan wordt gezaaid en na de oogst verder groeit. , dat wil zeggen dat de rode klaver in maart en april onder graan gezaaid wordt en na de oogst van het graan verder groeit. Ook zaait men wel het seizoen voor de graanteelt eerst klaver op het land. Zo kreeg klaver de naam ‘Moeder van tarwe’. In het gangbare bedrijf is de rode klaver na de Tweede Wereldoorlog verdwenen, net als het paard en de melkbus. De belangrijkste reden hiervoor was de komst van de kunstmest. Witte klaver is in grasland van biologisch-dynamische bedrijven een algemeen verschijnsel en in de gangbare weidebouw zit het in ongeveer vijf procent van de zaadmengsels voor het inzaaien van grasland.

Verse klaverblaadjes zijn bruikbaar in salades en gestoofd als spinazie. Gedroogde en gemalen bloemen kunnen ook als meel worden gebruikt. De gedroogde bloemhoofdjes zijn ook geschikt voor het maken van kruidenthee. In ‘Het receptenboek van Nederlands dis’ staan diverse recepten met klaver. Klaverhoning is een populaire honingsoort vanwege de zachte, soms karamelachtige smaak en wordt daarom ook wel "kindertjeshoning" genoemd. Deze honing wordt geproduceerd in Argentinië, Australië, Californië, Canada, Chili, China en Nieuw-Zeeland.

 

Witte klaver is ook een belangrijke drachtplant voor honingbijen, en zou op wereldschaal zelfs de belangrijkste soort zijn voor de honingproductie. De bloemen bevatten veel nectar, waar de bijen dan ook dankbaar gebruik van maken. Het is ook mogelijk om zelf  de nectar uit de bloemen te zuigen, dat smaakt lekker zoet. Vandaar dat klaver ook wel suikerbloem wordt genoemd. Daarnaast kan je van klaverbloemen een heerlijke snelle wijn maken.