De unieke leefwereld van de knotwilg (Door Anja Helmink)

24-07-2019 12:57

De unieke leefwereld van de knotwilg

 

Knotwilgen spreken tot de verbeelding. Het zijn kenmerkende landschapselementen van het Nederlandse platteland en ook in de Alblasserwaard komen ze veelvuldig voor. Wie geniet er nu niet van een mooie rij knotwilgen? Een knotwilg is een gewone wilg (schietwilg of kraakwilg) die op bepaalde hoogte is afgezaagd. Door de uitlopers regelmatig af te zagen, ontstaat wondweefsel, dat uiteindelijk de indrukwekkende knoest (knot) vormt. Meestal wordt de boom om de 3 à 4 jaar geknot. Het knotten gebeurt vaak door vrijwilligers en is erg belangrijk. Als er namelijk niet wordt gesnoeid, dan worden de takken te zwaar voor de stam en gaat die na verloop van tijd scheuren. Toch zijn ook de niet goed onderhouden bomen een waar paradijs voor allerlei diersoorten. Ze treffen er veel holtes aan, ondoordringbare takken, onbereikbare plekjes, vaak een ruwe grillige schors en op veel plekken mossen, varens en andere plantensoorten.

Wilgen dienden vroeger als gerief (gebruiks)hout voor de boer. Van de wilgentenen werden onder andere manden gevlochten. Ook werden de takken gebruikt ter versterking van dijken en oevers. Van de dikkere takken werden hekwerken en gereedschapsstelen gemaakt. Het hout werd ook nog wel eens gebruikt om klompen van te maken. Wilgen waren dus zeer belangrijk voor de boer. Tegenwoordig heeft gebruikshout plaats gemaakt voor goedkopere alternatieven.

In de Biesbosch bestond tot in de vijftiger jaren een bloeiende griendcultuur. Wie tegenwoordig over het Griendmuseumpad wandelt, komt de Schrankkeet en de Stenen keet tegen, waarin de griendwerkers destijds overnachtten. Van vroeg tot laat waren zij bezig met het hakken van wilgenhout. Van lieverlee was er geen vraag meer naar en bloedde de griendcultuur langzaam dood. Grienden en wilgenvloedbossen zijn er echter nog steeds in de Biesbosch.

Op kleine schaal worden wilgentenen nog altijd gebruikt als (be)schutting. Ook in het landschap geven ze beschutting aan het vee en zorgen ze voor beschaduwing van sloten, waar vissen en andere waterdieren weer van profiteren. Verder zorgen ze voor afwisseling in het landschap en bevorderen ze de diversiteit in de natuur. Het blijkt, dat de knotwilg voor allerlei planten en dieren een unieke leefwereld vormt. Bloeiende wilgen bieden voeding aan veel insecten: hommels, mieren, vlinders. Insecten trekken vogels aan zoals spreeuwen, mezen en boerenzwaluwen. Door gebrek aan onderhoud scheurt de stam van de wilg en allerlei beschadigingen van de bast of in de oksel van de takken kunnen leiden tot rotplekken. Als hier water in blijft staan gaat het proces van rotten nog sneller en kan de boom makkelijk grote holten ontwikkelen of helemaal hol worden. Juist om deze holten is de knotwilg zo populair bij vele diersoorten. Vleermuizen, zangvogels, kleine zoogdieren en marterachtigen verschuilen of brengen hun jongen groot in deze holtes. zorgen voor een prachtige nestgelegenheid voor uilen, duiven, eenden en muizen. Met name de steenuil is er gek op. Ruim de helft van de in Nederland voorkomende steenuilen broedt in knotwilgen. Als er water in een holte blijft staan, is dit een goede broedplaats voor amfibieën en salamanders. Ook vestigen veel mossen en planten, zoals de braam, het fluitenkruid, allerlei varens en de vlier zich op de vochtige knot waarin een humuslaag ligt van verteerd wilgenblad. Vooral de eikvaren wordt nogal eens op oude knotwilgen aangetroffen. Onder de schors leven weer veel soorten insecten zoals spinnen,pissebedden en duizendpoten. In de kruin groeien vaak allerlei planten, zoals mossen en varens. Als er dood hout en andere organisch materiaal op de knot ligt geeft dat uitgepoepte zaden kansen om uit te groeien. Zo vind je regelmatig boven op knotwilgen kleine vlierstruikjes.

Behalve, dat de knotwilg van immense waarde is voor de natuur, is hij ook voor mens en vee waardevol. De takken zijn niet alleen te gebruiken als brandhout, maar ook als aanvullend voer. Geiten, schapen, koeien en paarden zijn er gek op. Als de takken niet in de houtkachel verdwijnen, is het misschien een goed idee om een takkenwal of takkenril op te bouwen. Zo’n wal levert niet alleen een mooi landschappelijk plaatje op, maar komt ook weer de biodiversiteit ten goede, omdat tal van diersoorten er een schuilgelegenheid in vinden.